Het belang van natuur

Van de globale bruikbare landoppervlakte is er nog slechts 16% ‘ongebruikt’, ruimte met voldoende levende natuur en waar geen enkele noemenswaardige menselijke activiteit plaatsvindt. Dat is pijnlijk weinig om verschillende redenen, maar niet in het minst omwille van het feit dat deze ruimte het middel is voor de planeet om zich te herstellen en regeneren. Meer natuur verhoogt de biodiversiteit en versterkt de ecosysteemdiensten waar al het leven afhankelijk van is. Hoe meer natuur hoe sterker de planeet waar de mens en zo veel ander leven afhankelijk van is.

De mens heeft de natuur ook nodig voor haar gezonde ontwikkeling en levenskwaliteit. Hier speelt niet enkel de hoeveelheid naturu een rol, maar ook de verdeling en verspreiding van natuur over onze planeet (tot in onze steden). Tijd doorbrengen in de natuur is gezond voor lichaam en geest. Haar gezonde lucht werkt ontspannend en doet ons goed. Het ontdekken en beleven van natuurlijks schoonheid en biodiversiteit maakt het leven aangenamer, of het nu in onze tuin is of tijdens een wereldreis. Leven in of kort bij de natuur is niet enkel voordelig voor onze zintuiglijke ervaringen en lichamelijke gezondheid. Een sterk aanwezige natuur is ook belangrijk voor het ontwikkelen van gezonde culturele en ethische referentiekaders.

Van antropocentrisme naar ecocentrisme

Een sterk aanwezige natuur is ook belangrijk voor het ontwikkelen van gezonde culturele en ethische referentiekaders. Het antropocentrische wereldbeeld dat we steeds meer hanteren rechtvaardigt het bestaansrecht van natuur enkel als het ons iets oplevert. De natuur wordt gezien als een instrument die de mens ter beschikking heeft om duurzaamheid te bereiken en plezier te beleven. De gevolgen van deze wereldvisie ervaren we dagelijks. Wanneer we bijvoorbeeld overlast ondervinden van wilde dieren zijn we er al snel bij om te zeggen dat er te veel wilde dieren zijn, maar niets is minder waar: er zijn vooral te veel mensen.

Er is zoiets als het bestaansrecht van de natuur op zichzelf, los van de mens, en een mensheid die daarmee rekening houdt is een beter mensheid. Voor het losgroeien van de mens en natuur is er maar één oplossing: het verminderen van de menselijke aanwezigheid op aarde door vrijwillige bevolkingskrimp. Enkel zo kunnen we een meer ecocentrische wereldvisie ontwikkelen en hanteren.

Stel je voor…

In een wereld van 2 miljard mensen zou er minstens dubbel zo veel ongerepte natuur zijn. Geen enkele combinatie van technologie en consumptievermindering zou zo’n resultaat kunnen bereiken. De helft van Vlaanderen zal zich opnieuw als natuurgebied kunnen herstellen en de Europese ‘megafauna’ zal opnieuw onder ons zijn zonder voor ‘problemen’ te zorgen. Het evenwicht tussen mens en natuur zal terug hersteld zijn. De natuur zal opnieuw zo sterk zijn dat ze haar bufferfunctie en ecosysteemdiensten probleemloos kan leveren aan iedereen en overal. Waterschaarste zal geschiedenis worden zonder ook maar één druppel water minder te moeten verbruiken. Het klimaat zal stabieler en milder worden en ziektes en pandemieën zullen veel minder frequent en zwaar toeslaan. Met een bevolkingskrimp zal dus veel meer kunnen gerealiseerd worden dat wat organisaties zoals Greenpeace, WWF, Rewilding Europe en Natuurpunt ooit tot stand kunnen brengen. Natuurbescherming wordt ‘kinderspel’ in een minder drukke wereld.

“U weet, toen we het WWF voor het eerst oprichten, was ons doel om bedreigde diersoorten voor uitsterven te behoeden. Maar we hebben volledig gefaald; we zijn er niet in geslaagd om er één te redden. Als we al dat geld in condooms hadden gestopt, hadden we misschien wat goeds gedaan.”

Sir Peter Scott (1909-1989)