Op weg naar welvaart

Als de demografische transitie een proces is van hoge naar lage sterfte- en geboortecijfer dan is de welvaartstransitie een proces van een lage naar een hoge welvaart. Beide processen zijn positieve ontwikkelingen en zijn belangrijk als we een herbergzame wereld willen voor iedereen. De éne ontwikkeling kan je ook niet los van de andere zien: een betere materiële welvaart zorgt voor een lagere kinderwens terwijl een lagere vruchtbaarheid de economische ontwikkeling versnelt en vergemakkelijkt.

Deze welvaartstransitie kunnen we goed zien in de toename van het gemiddelde inkomen: hoe meer je verdient hoe meer welvaart je kan vergaren. Rond 1950 zat nog ongeveer 60% van de wereldbevolking onder de armoedegrens terwijl dit vandaag nog maar 10% is. Het aandeel van de wereldbevolking onder de armoedegrens is zes keer kleiner geworden in 70 jaar maar door de bevolkingsgroei komt dit overeen met slechts een halvering van het aantal armen.

Toenemende consumptie…

Het produceren van al die bijkomende welvaart heeft wel een prijs. Hoe meer materiële welvaart geproduceerd wordt hoe meer grondstoffen we moeten ontginnen, hoe meer afval we moeten verwerken en hoe groter onze impact op het milieu. Het International Resource Panel (IRP) van de VN vat de welvaartstransitie krachtig samen in haar rapport: sinds 1970 is de wereldbevolking verdubbeld, het verbruik van grondstoffen verdrievoudigd en het bruto binnenlands product verviervoudigd. Deze trend – dat de consumptie sneller toeneemt dan de wereldbevolking – is duidelijk te zien in de vraag naar voedsel, energie, water en andere grondstoffen.

Vooral de opkomende landen zoals China, Indië en Brazilië zorgen voor deze toename in consumptie. Het zijn landen met veel inwoners en met een sterke economische groei. Hun inwoners snakken evenveel naar welvaart dan de inwoners van de al rijke landen. Het IRP rapport gaat er van uit dat het grondstoffenverbruik tegen 2060 zal verdubbelen terwijl de wereldbevolking met één derde zal toenemen. Maar dat is nog niet het einde, want tegen dan zal nog niet iedereen alles hebben.

… en toenemende ecologische voetafdruk

De welvaartstransitie zorgt ook voor een toenemende ecologische voetafdruk. De ecologische voetafdruk is een eenheid die de consumptie van hernieuwbare grondstoffen (voedsel, hout, vis, enzovoort) en energie weergeeft. In 2016 had de mens een ecologische voetafdruk van 1,7 ‘aarden’, wat wil zeggen dat we meer verbruiken dan dat de aarde op een duurzame manier kan produceren. Door de combinatie van bevolkingsgroei en welvaartstransitie zal de ecologische voetafdruk tegen 2050 toenemen naar 3 ‘aarden’.

De beschikbare productieve ruimte per capita is door de bevolkingsgroei afgenomen van 3,12 gha in 1961 naar 1,63 gha in 2016. De gemiddelde Belg heeft een ecologische voetafdruk van 6,6 gha. Omdat België slechts een beschikbare productiecapaciteit heeft van 0,8 gha per inwoner is onze welvaart vooral te danken aan import, vervuiling en uitputting van onze eigen omgeving. Als de Belg niet meer wil nemen dan wat hij zelf kan voorzien dan moet hij zijn consumptie met meer dan 85% verminderen. Als we onze ecologische voetafdruk willen beperken tot ons eerlijk aandeel dan moeten we onze consumptie nog altijd met 70% beperken.