De derde pijler

Wat de twee eerste pijlers van een duurzaam en menswaardig bevolkingsbeleid duidelijk maken is dat overbevolking aanpakken een win-win situatie is: de beste manier van economische ontwikkeling is om in te zetten op gezinsplanning en om de kinderwens verder te beperken moeten we de mensenrechten toepassen. Daarbij is een kleinere bevolkingsgrootte voordelig voor de duurzaamheid, natuur en levenskwaliteit. Alleen maar voordelen dus. Hoe komt het dan toch dat er niet meer gedaan wordt om het probleem aan te pakken? Allerlei weerstanden, misverstanden en taboes zijn daar de oorzaak van. Net door die weerstanden is er naast gezinsplanning, onderwijs, zorg en gendergelijkheid ook nood aan bewustmaking.

Groeiverslaving en de vrees voor vergrijzing

Wellicht de grootste weerstand tegen bevolkingskrimp is de illusie die bestaat rond economische groei. Een economie moet maar zo groot zijn dan haar bevolking nodig heeft, maar tegenwoordig is groei op zich het doel geworden. Meer mensen wil zeggen meer consumptie en lagere lonen en dat is interessant voor groeiverslaafde leiders en ondernemers. We moeten het groeimodel loslaten en vervangen door een duurzamer en socialer model.

Nauw verbonden met de groeiverslaving is de vrees voor vergrijzing. De bangmakerij rond de vergrijzing is vooral een manier om mensen te overtuigen dat verdere groei noodzakelijk is. Bevolkingskrimp is een uitdaging voor de maatschappij, maar één die we mits enkele aanpassingen aan ons sociaal en economisch systeem gemakkelijk de baas kunnen. Door over te schakelen naar een pensioenensysteem waar elke generatie haar eigen pensioenen betaald kunnen we het ‘pensioenensysteem’ oplossen.

De illusie van reproductieve vrijheid

In onze maatschappij heeft ieder persoon het recht om een onbeperkt aantal kinderen te krijgen, nochtans heeft dit een grote impact op de maatschappij zelf én onze planeet. We moeten ons beeld van reproductieve vrijheid aanpassen aan de realiteit, en niet enkel in de ‘arme’ landen want ook in Vlaanderen ligt de kinderwens nog boven het vervangingscijfer. Een maximum van twee kinderen is een mooi compromis tussen individuele vrijheid en het tegemoetkomen aan de noden van onze planeet. Bewustmaking daarrond doe je op plaatsen waar mensen samenkomen, via onderwijs, opiniemakers en communicatiecampagnes. In elke campagne rond gezinsplanning worden kleinere gezinnen gepromoot via affiches en mediaberichten, allemaal niet veel verschillend van de ‘meer consumeren’ reclame waaraan we dagelijks worden blootgesteld. Door mensen te informeren over het onderwerp kunnen ze rekening houden met de ecologische en ethische gevolgen van hun kinderwens.

Godsdienst

De drie grote monotheïstische godsdiensten (christendom, islam en jodendom) hebben sinds hun ontstaan veel invloed gehad op het voortplantingsgedrag van hun onderdanen en vandaag vormen ze nog altijd een belangrijke weerstand tegen gezinsplanning en bewustmaking, en niet enkel in arme landen. Dat hoeft ons niet te verbazen: de monotheistische godsdiensten brengen het streven naar macht en een antropocentrisch wereldbeeld samen in één mooi verhaal. Maar de boodschappen van deze godsdiensten hoeven niet in conflict te zijn met gezinsplanning en bevolkingskrimp. Om het ‘aardse paradijs’ te beschermen is er net nood aan aandacht voor het onderwerp. Als ze kiezen om een boodschap te brengen die meer in lijn is met de echte boodschap van hun godsdienst dan kunnen ze niet enkel veel miserie voorkomen en de ontwikkeling versnellen, maar eveneens nog iets betekenen in de toekomst.

Migratiebeperking

Als je overbevolking wil aanpakken dan kan je niets anders dan het migratieprobleem er bij te betrekken. De geïndustrialiseerde landen zijn al zwaar overbevolkt en door migratie groeit hun bevolking nog verder aan, wat hun ecologisch deficit en afhankelijkheid van import verder doet toenemen. Maar migratie beperken is een zeer gevoelig onderwerp aangezien het steeds geassocieerd wordt met allerlei ‘anti-progressieve’ gedachten. Dat is spijtig want migratie beperken hoeft niet problematisch te zijn, integendeel. Migratie toelaten maakt ons blind voor de oorzaken van migratie en door onze groeiverslaving zien we migratie als iets ‘noodzakelijk’. Daarbij mogen we de sociale gevolgen niet vergeten, zoals het verdwijnen van diversiteit. Door de bron van migratie aan te pakken (armoede en conflict) kunnen we tot een win-win situatie komen: de arme landen zullen sneller welvarend worden en de al welvarende landen kunnen werk maken van bevolkingskrimp.

“Het idee dat bevolkingsgroei een beter leven garandeert, financieel of op een andere manier, is een mythe die enkel de verkopers van luiers, kinderwagens en gelijkaardig mogen geloven.”

Kofi Annan (1938-2018)

Het taboe doorbreken…

De taboe rond overbevolking is niets nieuws. De laatste keer dat het onderwerp wat aandacht kreeg was tussen de jaren ’50 en 70′. Bekende wetenschappers en zelfs politici spraken zich uit over het onderwerp en waarschuwde over de mogelijke gevolgen. Het werd zelfs aangepakt door de Verenigde Naties (VN): in 1954 hielden ze hun eerste bevolkingsconferentie en in 1969 werd het bevolkingsfonds van de VN (UNFPA) opgericht.

Maar die aandacht bleef niet duren. De ontwikkeling van de industriële landbouw voorkomde massale hongersnood en andere technologische ontwikkelingen konden de enorme schade ‘camoufleren’. De vruchtbaarheid daalde overal snel waardoor mensen dachten dat het probleem achter de rug was. Ook de religieuze en conservatieve groepen (en zelfs de feministen) begonnen zich te moeien en probeerden gezinsplanning zo veel mogelijk tegen te werken. De aandacht werd door de arme landen steeds meer gezien als een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs een vorm van racisme. Het onderwerp werd een mijnenveld: als je het bespreekbaar wilde maken was je ofwel een racist, vrouwenhater, technologiehater, doemdenker of – in het beste geval – een naiëve idealist.

Daarbij verschuifde de aandacht naar problemen die veel aantrekkelijkere oplossingen boden. Doordat het probleem van overbevolking gereduceerd werd tot een technologisch probleem en een probleem van overconsumptie werden economische ontwikkeling en ‘bewuster consumeren’ gezien als de oplossing. Een gebrek aan natuurruimte werd bijvoorbeeld de fout van een te hoge vleesconsumptie en inefficiënte koeien, niet meer van te veel vleesetende mensen. En de gevolgen op de levenskwaliteit? Wie klaagt er nu over minder individuele waarde, rust, natuurruimte en toenemende complexiteit wanneer je niets beter weet en wanneer je beziggehouden wordt door het consumerisme?